Inlenersaansprakelijkheid

Inlenersaansprakelijkheid vaak te hoog vastgesteld

De aansprakelijkstelling op grond van de inlenersaansprakelijkheid wordt door de fiscus vaak te hoog berekend. Heeft u problemen met de belastingdienst op grond van de bovenstaande regeling, neem dan contact om met:

b.randag@valkenpoort.nl

Veel ondernemers worden op een gegeven moment onaangenaam verrast door een aansprakelijkstelling van de belastingdienst op grond van de inlenersaansprakelijkheid. Een misverstand is dat de inlener een aansprakelijkstelling geheel kan voorkomen, door verklaringen van goed betalingsgedrag en/of stortingen op de G rekening of onder de belastingdienst.

Vrijwaring en disculpatieregeling inlenersaansprakelijkheid

Sinds 1 juli 2012 is er nieuwe wetgeving aangaande de inlenersaansprakelijkheid en zijn de voorwaarden waarondereen ondernemer op grond van deze regeling aansprakelijk kan worden gesteld gewijzigd. Als de ondernemer aan de gewijzigde voorwaarden voldoet, kan hij een beroep doen op de disculpatieregeling inlenersaansprakelijkheid. De ondernemer wordt dan in tegenstelling tot in het verleden wel het geval was, in het geheel niet aansprakelijk gesteld, ook niet als achteraf blijkt dat de uitlener te weinig loonheffingen en/of omzetbelasting heeft afgedragen.

Zie voor de voorwaarden onze pagina vrijwaring inlenersaansprakelijkheid.

Anoniementarief

Indien de belastingdienst bij het vaststellen van de naheffingsaanslagen loonheffingen het anoniementarief hanteert (52%) omdat de (loon)administratie van de onderaannemer of uitlener niet op orde is, zal in nagenoeg alle gevallen sprake zijn van aanzienlijk te lage stortingen op de G- rekeningen of onder de belastingdienst. Dit wil echter niet zeggen dat de berekeningen waarop de belastingdienst de naheffingsaanslagen en vervolgens de aansprakelijkstelling hanteert correct zijn. Vaak baseert de belastingdienst de berekening van de naheffingsaanslagen op te hoge uurtarieven van de werknemers, waardoor de naheffingsaanslagen te hoog uitpakken.

Doel Inlenersaansprakelijkheid

Met de wet inlenersaansprakelijkheids tracht de fiscus te voorkomen dat uitlenerszoals uitzendbureaus  misbruik maken bij de uitlening van arbeidskrachten door een te lage afdracht van loonheffingen of in het geheel geen loonheffingen af te dragen. Van inlening is sprake als een uitlener arbeidskrachten die bij hem in dienstbetrekking werken, ter beschikking stelt aan een ander, de inlener.

De inlener kan aansprakelijk worden gesteld voor de loonheffingen en omzetbelasting wanneer de uitlener van de arbeidskrachten deze heffingen niet betaalt. Naast de inlener kan ook de doorlener aansprakelijk worden gesteld. Dat geldt voor de hele keten van aannemers die gebruik hebben gemaakt van ingeleend personeel.

De inlener en de doorlener kunnen het risico van hun aansprakelijkheid beperken door bijvoorbeeld een verklaring inzake betalingsgedrag van hun uitlener te vragen en te voldoen aan hun administratieve verplichtingen. Ook kan de inlener de financiële gevolgen van een aansprakelijkstelling beperken door het deel van het factuurbedrag dat is bestemd voor de loonheffingen en omzetbelasting, te storten op een zogenoemde g-rekening van de uitlener. De inlener kan dat deel van het factuurbedrag ook rechtstreeks storten op een speciaal rekeningnummer bij de Belastingdienst.

Voor meer algemene informatie kunt u ook terecht op de site van:

de belastingdienst

de kamer van koophandel