Verlies verrekenen ter voorkoming van verliesverdamping

Voorkom verliesverdamping door onderzoek naar mogelijkheden verrekenen verlies

Sinds 2007 zijn verliezen voor de vennootschapsbelasting niet langer onbeperkt verrekenbaar en dreigen oude verliezen te verdampen. Veel bedrijven zoeken derhalve naar mogelijkheden om een verlies dat dreigt te verdampen alsnog te verrekenen. De belastingdienst zal echter niet alle constructies ter voorkoming van een dreigende verliesverdamping accepteren. De vraag is dan ook: hoe kan men alsnog een oud verlies verrekenen ter voorkoming van verliesverdamping?

Indien u advies wilt inwinnen aangaande de mogelijkheden tot het voorkomen van verliesverdamping neem dan contact op met: b.randag@valkenpoort.nl

Met ingang van 2007 is de mogelijkheid tot voorwaartse verrekening van verliezen in de vennootschapsbelasting  beperkt tot 9 jaar, waarmede een einde kwam aan de mogelijkheid tot  onbeperkte verliesverrekening welke stamt uit 1995. In het kader van het overgangsrecht is echter bepaald dat alle nog niet verrekende verliezen in ieder geval tot en met 2011 konden worden verrekend. In 2011 zullen derhalve voor veel bedrijven de eerste verliezen zijn verdampt en sindsdien is het zaak dat elk jaar wordt bekeken of sprake is van dreigende verliesverdamping. Vooral bij relatief grote verliezen wil men uiteraard alsnog zoveel mogelijk verlies verrekenen ter voorkoming van verliesverdamping.

Toegestane handelingen verrekenen verlies ter voorkoming van verliesverdamping

Blijkens het besluit van de staatssecretaris van 16 februari 2012, zal de fiscus de volgende handelingen ter voorkoming van verliesverdamping accepteren:

  • Het overstappen op een ander waarderingsstelsel, mits een dergelijke wijziging in overeenstemming is met goed koopmansgebruik, het stelsel bestendig wordt toegepast, er geen sprake is van een incidenteel te behalen fiscaal voordeel en het een eigen verlies betreft.
  • Het realiseren van stille reserves door middel van een verkoop van een bedrijfsmiddel met stille reserves aan een ongelieerde partij;
  • De realisatie door verkoop van een dergelijk bedrijfsmiddel aan een (nieuw opgerichte) gelieerde partij (bijvoorbeeld een dochtervennootschap) of door een ruisende afsplitsing, binnen het kader van wet en jurisprudentie;
  • Een sale en lease backconstructie van bedrijfsmiddelen. De staatssecretaris stelt zich wel op het standpunt dat de overdracht en de huur moeten geschieden tegen marktconforme condities, derhalve  tegen voorwaarden die in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen;
  • Het opnemen van de (nieuw opgerichte) dochter of afgesplitste vennootschap na de transactie in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting;

Constructieve opstelling belastingdienst

In het geval van het toepassen van een wijziging van het waarderingsstelsel, herhaalt de staatssecretaris in zijn besluit de toezegging van zijn voorganger dat de Belastingdienst zich redelijk en constructief zal opstellen en bij de beoordeling van gevallen niet lichtvaardig het standpunt zal innemen dat de stelselwijziging is gericht op het behalen van incidenteel fiscaal voordeel, dat volgens de jurisprudentie aan stelselwijziging in de weg staat.

Niet toegestane handelingen

Aangaande de waardering van onroerende zaken merkt de staatssecretaris op dat een waardering op werkelijke waarde in strijd is met het voorzichtigheidsbeginsel en ook op gespannen voet staat met het realisatiebeginsel van goedkoopmansgebruik. Een stelselwijziging van een waardering op kostprijs minus afschrijvingen naar een waardering op werkelijke waarde acht de staatssecretaris voor onroerende zaken dan ook niet in overeenstemming met goedkoopmansgebruik.